Bovenbouw Bovenbouw
Inleiding bijbelverhaal

Vorige week hebben we Pasen gevierd. Het is een
prachtig verhaal. Jezus is opgestaan! Onze Heer leeft!
Nu gaan we verder met verhalen uit het Oude
Testament. Weten jullie nog van de verhalen van het
volk Israël dat in Israël als slaven moest werken? Wie
kan daar iets over vertellen?

Laat de kinderen zoveel mogelijk benoemen en vraag
door. Over Mozes, Aäron, de farao en de tien plagen.
Ook het verhaal van het Pascha.

Bijbelverhaal
Na de tiende en de ergste plaag mocht, of eigenlijk
moest het volk vertrekken. En ze reisden met elkaar
het land Egypte uit. God wees hun de weg. Door de
vuurkolom en de wolkkolom. Het volgende wonder
was de doortocht door de Rietzee. Wat was het volk
blij! God had hen weer gered! Voor de Egyptenaren
hoefden ze niet bang meer te zijn. Mozes zong een
prachtig lied, wat heel veel mensen van het volk mee
zongen: ‘De HEER is koning, voor eeuwig en altijd!’ En
zijn zus Mirjam maakte muziek van het mooie refrein:
‘Ik wil zingen voor de HEER, zijn macht en majesteit
zijn groot! Paarden en ruiters wierp Hij in zee!’


Daar lopen ze. Een stoet van duizenden mensen. Van
de zee trekken ze weg, een woestijn in. Ze zijn
onderweg, op naar het beloofde land! Een land met
genoeg te eten, waar ze veilig kunnen wonen. Wat zal
dat fantastisch zijn! Terug naar het land van hun
voorouders Abraham, Isaak en Jakob. De eerste dag
zingen ze. Ook al is het warm. Ze hoeven niet meer
hard te werken. Ze lopen en zien onderweg van alles
wat ze nog nooit hebben gezien. Ze hoeven niet bang
te zijn dat er een Egyptenaar met een zweep achter
hen staat. Klaar om te slaan als ze niet hard genoeg
werken. Ze hoeven niet bang te zijn dat hun kleine
kinderen afgepakt worden. Ze zijn vrij. En met elke
voetstap trekken ze verder weg van Egypte. Wat
geweldig! Het lied dat Mirjam zong: ‘Ik wil zingen voor
de HEER, zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden
en ruiters wierp Hij in zee!’, wordt die dag vaak door
iemand gezongen en de anderen zingen dan al gauw
mee.
De volgende dag zingen ze niet meer. Het water raakt
op, iedereen mag maar kleine slokjes. En het is echt
heel warm. De zon brandt, er is weinig schaduw. In de
lange stoet wordt het al stiller. Aan het einde van de
dag beginnen de Israëlieten te mopperen. Het water is
bijna op, hoe moet dat nu?
De derde dag verandert er niets, nog moeten ze
verder lopen, ze worden er zo moe van. Wat de eerste
dag zo leuk was, is het nu niet meer. Er zijn geen
kinderen meer die onderweg tikkertje doen. Er wordt
niet meer gezongen, wel gemopperd, al is het
zachtjes.
‘Is dit het nu?’, zegt een man tegen zijn vrouw. ‘Ik
dacht dat we het beter kregen. Maar nu moet ik iedere
keer tegen onze kinderen zeggen dat ze nu nog geen
slokje mogen, maar pas over een paar uur. We
hebben allemaal vreselijke dorst…’
‘Ja,’, zegt zijn vrouw, ‘je kunt zeggen wat je wil, maar
in Egypte heb ik nooit zo’n dorst gehad.’ Ze fronst haar
wenkbrauwen. Daar hadden ze een put in het midden
van het dorp. Ze kon er zo heen om water uit te halen.
Heerlijk schoon, fris water… Ze smakt met haar lippen.
Ze zou wel een hele kruik leeg kunnen drinken.

‘Water!’, roept iemand. ‘Ik zie water!’ De stoet gaat
ineens weer sneller vooruit. Iedereen stapt nu stevig
door. Heerlijk, helder water! Voor iedereen. Niet te
vergeten alle dieren die ze mee hebben genomen.
Eindelijk!
Maar dan. De eerste mensen laten zich aan de oever
van de waterplas op de knieën vallen. Ze buigen hun
hoofd voorover en slurpen het water op….
‘Bah! Bitter!’ De een na de ander trekt een vies
gezicht, springt overeind. Sommigen moeten hoesten
van de vieze smaak. ‘Dit is niet te drinken!’, roepen ze
allemaal. Oh, wat zijn ze teleurgesteld! Ze dachten
gezond water te hebben en nu dit. Ze worden boos.
Mopperend lopen er veel mannen richting Mozes. ‘Dit
water kunnen we niet drinken! En verder is er in de
buurt helemaal geen water te vinden. Wat moeten we
nu drinken? Iedereen heeft dorst!’

Eigenlijk zeggen ze tegen Mozes: ‘Los jij het maar op,
Mozes. Jij hebt ons meegenomen, deze woestijn in.’ En
erger nog, eigenlijk geven ze God de schuld van hun
problemen.
Mozes antwoordt hen niet, maar bidt. Hij gaat op die
manier direct naar God toe en vertelt aan de HEER wat
er nu zo moeilijk is. En God geeft antwoord. Hij wijst
Mozes een stuk hout aan dat hij in het water moet
gooien. Dan is het water zoet, fris en gezond. Genoeg
heerlijk water voor iedereen. Daar leren de Israëlieten
hun eerste les. Mozes zegt het hun: Vertrouw maar op
God, ook als het moeilijk is. Hij zorgt echt voor ons. Hij
geeft ons wat we nodig hebben. Wij moeten Hem
gehoorzaam zijn en Hij is bij ons. Weten jullie nog wat er
met de Egyptenaren gebeurde? Al die plagen? Als wij
God trouw blijven zal ons dat allemaal niet overkomen.
God is onze Helper en Genezer.’
O ja, ze weten het weer. En vrolijk reizen ze verder. De
plek die ze achterlaten noemen ze Mara. Bitter, betekent
dat. Al gauw komen ze op een mooie plek: Elim. Een
oase, waar veel water is, bomen om onder te schuilen
tegen de zon. Er groeien heerlijke vruchten aan die
palmbomen: dadels. Voor iedereen meer dan genoeg.
Hier zetten ze hun tenten neer en rusten uit van het
eerste stuk van hun reis.

Afsluiting
• Wat betekent Mara?
• Heeft dat stuk hout het water zoet gemaakt?
• Zal het altijd makkelijk worden voor de Israëlieten op
hun reis?
• Wat hebben de Israëlieten nu kunnen leren?
• Wie wil God voor hen zijn?

EXTRA
Neem allerlei dingen mee om te proeven. Het mooiste
is dat de kinderen proeven met een blinddoek voor,
zodat ze niet weten hoe het eruit ziet…
(Bijvoorbeeld
• zoet: Turks fruit, (of dadels(!) niet direct herkenbaar
als zoet
• zuur: augurk, sinaasappel
• zout: maggi, bouillonblokjes
• bitter: koffie, bitterkoekjes.)
• Je kunt ze ook water laten proeven.
Bespreek de smaken met elkaar:
• wat is lekker? wat is vies? En waarom?
• Is dat voor iedereen hetzelfde?
• Hoe weet je hoe iets smaakt? Als je iets al vaker
gegeten hebt, dan weet je hoe het smaakt. Soms
moet je aan nieuwe smaken wennen.
• Zijn er ook dingen die je echt niet moet eten of
drinken? Hoe weet je dat?
• Smaakt schoonmaakmiddel lekker?
• Hoe smaakt water?


 
terug